Tijdens de overtocht beslisten we dat we op de eerste dag de zuidelijke meren route zouden doen, de tweede dag het noorden, en de laatste dag de centrale, en meest populaire meren. Op de westkust van het eiland mag je niet rijden, en de oostkust is een 70 km lang strand waar tot 2 uur voor hoogtij en vanaf 2 uur na hoogtij mag en kan gereden worden. Vanaan die kust kan je dan het binnenland intrekken op verschillende plaatsen. Elke dag zit er een serieus verschil op deze uren van hoogtij dus het komt er op aan van te zorgen dat je op het juiste punt geraakt voor de zee zo dicht gekomen is dat je niet meer verder kan, en dus 4 uur vast zit.
De "wegen" op het eiland liggen heel slecht en het is een hele uitdaging om erdoor te geraken zonder vast te geraken. Gemiddeld deden we 15km op een uur. Op het strand van de oostkust is het helemaal anders en een echt plezier om eens op hard zand te kunnen doorrijden
De truc was dus een beetje om een uur of 4 rond te rijden op de binnenwegen om net klaar te zijn als de zee ver genoeg was om verder te trekken langs het strand.
De eerste dag passeerden al verschillende van de zoetwater meren de revue, waarvan het mooiste Lake Boomanjin, beetje misterieus donker meer waar bomen ingroeien en de ondergrond roodbruin kleurt.
We reden onszelf drie keer vast die dag. De eerste keer is dat nog wel fun, ze hadden ons verwittigd: "You WILL get stuck - but it's all part of the adventure!" Maar eerlijk gezegd tegen de derde keer lach je er niet meer mee. Het is niet evident om in de hitte zand weg te schuppen van onder de wielen, van die losrij borden er onder te schuiven (en aan flarden te rijden in ons geval door het spinnen van de wielen), de 4WD in de juiste mode te zetten en zonder hulp te hopen dat je eruit geraakt (meestal wel mensen die passeerden en hielpen om te duwen). De laatste keer met de moed der wanhoop de banden afgelaten om meer grip te krijgen.
We waren dus écht opgelucht wanneer we het strand bereikten en we vlotjes verder konden cruisen langs een paar van de bekende trektpleisters onderweg.
Het "Maheno shipwreck"
Het wordt donker rond 18u30 dus we begonnen dan stilaan uit te zien naar een plekje om de overnachten. Heel mooie locatie gevonden, tentje opgezet, vuurke uitgehaald, lampen op ons hoofd, gekookt en lekker gegeten.
Slecht geslapen, we hadden geen luchtmatras (was er niet) en geen slaapzak (niet aan gedacht bij te huren met deze warmte) en dus sliepen we op zo een rubberen matje met de rugzak als hoofdkussen en een badhandoek als laken. Man man, heel blij als de zon opkwam. Om 4u30 waren we dus al koffie aan het drinken en zagen we de zonsopgang voor onze neus. Prachtig zicht.
We sliepen niet ver van het schipwrak en op dit vroege uur had je er dus ook een mooi beeld van zonder enige andere aanwezige toerist (want dat kan anders nogal tegenvallen overdag)
Eens terug op het strand reden we nog helemaal naar het noorden richting "Indian Head" en de "Champagne Pools". Dit laatste is de enige plaats waar je op het eiland in de oceaan mag zwemmen. Het is een stukje van de zee afgeschermd door rotsen en waar geen haaien aankunnen. Verder schijnt het hier heel gevaarlijk te zijn om in de zee te gaan.
We kampeerden terug op dezelfde plek om dat het daar zo mooi was. De tent hadden we gewoon laten staan. Die avond een Dingo encounter gehad. Toch wel schrikken, we wisten niet goed hoe agressief ze zouden zijn. Vanin de verte hoorden we andere mensen roepen "Dingooo !!!!!" en een paar minuten later zat er één aan onze tent. We hebben hem kunnen wegjagen met onze ledlampen, maar de spago bollo saus die we aan het maken waren was toch bijna aangebrand... :-)
De laatste dag dan beetje rustig aan qua kilometers en de twee bekendste meren gedaan. Toegegeven, ze zijn niet voor niks het meest populair. Lake Wabby is een relatief klein meer met helder blauwgroen water midden in een grote "Sandblow", een hoge groter wordende duin (beetje zoals een gletsjer die verschuift) Het is helemaal zot om dit vanboven uit te zien. Je heb de zee, daarna die hoge zandduinen, en plots daar midden in een mooi meer omgeven door allemaal groen.
Je moet ook wat moeite doen om er aan te geraken, en als je bovendien vroeg genoeg gaat is de kans groot dat er weinig volk is. Dat is effectief gelukt. Geen kat te zien en prachtig zicht. We zijn er ook in gaan zwemmen en het is echt epic wanneer je de vogels hoort en hun echo lang blijft nafluiten.
Absoluut uniek en het hoogtepunt van de trip.
De afsluiter dan, wat men het allermooiste meer noemt, Lake McKenzie - of Boorangoora in Aboriginal speak - is inderdaad héél mooi, helblauw water, wit strand, alles erop en eraan, maar voor ons toch niet dezelfde ervaring als Lake Wabby. Je kan er je auto gewoon vlakbij parkeren op een parking en het trekt dus heel gemakkelijk veel volk, picknick tafels in de buurt, zelfs WC's. De Robinson sfeer is dan toch een beetje weg.
Afsluitend kiekje van los daarvan een wel héél pittoresk meer.
Daarna terug naar de beschaving van ons appartement hotel in Hervey Bay. Warme douche, frigo, internet, lekker restaurant maar vooral een heel heel zacht echt bed.
Hotel: 2 nachten Oceans Resort and Spa
Amai wat een prachtig relaas van zo'n unieke ervaring!! Groetjes, have fun & take care daar! An en Mich en Sem en Vikje xxx
BeantwoordenVerwijderen